Vrijdagochtend loop ik over de gigantische houten brug naar het Jelagin park. Ik moet me aan de brugleuning vastgrijpen om niet uit te glijden. Voor het eerst is het overdag beneden het vriespunt. Tijdens mijn wandeling door het groen kom ik twee joggers in korte broek tegen, als ik het park verlaat zie ik iemand het water induiken. Ik blijf even kijken tot de naaktzwemmer kwaad mijn kant opkijkt. Ik vervolg mijn weg naar het theater, kijk toch nog even om en zie ik dat een vrouw de sporter een handdoek aanreikt.
Bij wijze van uitzondering vertrek ik vrijdagavond niet vanaf Koepchina maar vanaf Vitepski station. Ik ben vrijwel helemaal naar de kop van het treinstel gelopen om rustig te kunnen zitten. Ik treed de op twee na voorste vrijwel lege wagon binnen en ga ergens zitten. Links voorin zit iemand vreselijk te kuchen, na een tijdje begint er ook iemand in het middengedeelte te proesten. Ik voel iets scherps in mijn neus en nies, al lijkt het meer op blaffen, luidruchtig. Het oudere echtpaar dat een rij voor me zat, staat verstoord op en verlaat de trein. Ik probeer nog mijn keel te schrapen, maar kan een hevige hoestbui niet meer onderdrukken. Ik begrijp er niets van, ik heb de hele dag niet één keer gekucht, ik besluit maar even een frisse neus te halen.
Op het perron bedenk ik dat ik maar beter een andere plek kan zoeken. Ik loop de op één na voorste wagon binnen. Het is hier een stuk drukker. Ik zoek een plaatsje en voel weer een kriebel opkomen, maar dat niet alleen, ook mijn ogen beginnen te tranen, om me heen is het een kakofonie van kuchende en hoestende mensen. Nu weet ik het zeker, ik ruik ammoniak. Ik ga weer na buiten en loop door naar de voorste wagon, daar hangt gelukkig geen schoonmaakmiddelgeur. Uit de verhalen van verontwaardigde medereizigers maak ik op dat de andere wagons inderdaad grondig ontsmet waren.
De trein vertrekt, het is stikdonker in onze wagon en de verwarming werkt niet.Ik kijk hoeveel geld ik op zak heb: honderdveertig roebel, voldoende voor een grote zak chips, een tweeliterfles Fanta en drie halve liters Bavaria. Ik knoop mijn jas dicht en trek mijn handschoenen aan, het weekend kan beginnen.