Al drie weken is het warm, soms zelfs heet, het vanouds wispelturige klimaat heeft zich geschikt, al dagen schijnt de zon. De metro is muf, klef en het stinkt er nog meer naar zweet dan anders. Maandagmiddag, in Petrogradski waan ik me in Parijs, natgespoten straten, oude stoffige statige gebouwen, de verkeersdrukte, de straatventers, alleen de trolleybussen doen me beseffen waar ik werkelijk. Ik heb trek in chips en bier.
Ik ben blij met de hitte, vorig jaar was het slechts twee weken mooi weer, de zomer werd verpest door regen en zeer lage temperaturen. Afgelopen maandag is het warm water weer aangesloten, het kamperen in de stad is weer voorbij, maar met dit weer houd ik me nog even vast aan de koude douches. In het centrum van de stad is het te benauwd, maar in het appartement is het heerlijk koel. Goed uit te houden. Over vier dagen stap ik in de trein naar Viritsa.
Ik ben, in plaats van zondagavond, vanochtend met Andrej meegereden. Op de tweebaans snelweg naar Gatchina geraakten we in de file. Ik wist niet dat je maandagochtend om 8 uur, op 50 kilometer van Petersburg in de file kon staan. Het gaat er anders aan toe dan in Nederland, Russen zijn meesters in het benutten van de schaarse ruimte, de echte waaghalzen passeren links in de hoop geen tegenliggers te ontmoeten, de rallyliefhebbers rijden rechts over de zandkiezelsgatenberm. Af en toe staat het verkeer stil voor een verkeerslicht zodat de voetgangers kunnen oversteken. Het is wel een apart gezicht, een zebrapad op de autosnelweg.
Andrej heeft gisteren eindelijk zijn datsja betrokken, hij heeft de werkers, die meesttijds dronken waren, weggestuurd. Zijn hele huis lag vol met lege flessen en afval, de aangekoekte pannen heeft hij weggegooid, net als de waterkoker die als theepot werd gebruikt, er is een slaapbank gemold, het lijkt wel of er een stel varkens gewoond heeft. Er is nog erg veel te doen, de waterleiding lekt, het bad is niet aangesloten, er is een stopcontact verbrand en de tuin ligt vol met planken van het oude huis.
Het is half juli, het datsjaseizoen is op de helft, vanwege het mooie weer wordt er in de weekenden bijna overal gebarbecued. Het tuinwerk in de datsja ligt, op het planten water geven na, stil, zelfs de zeis haal ik nog maar sporadisch uit de schuur. Van tijd tot tijd komt Vera me halen en wijst naar de bosbessenstruiken of de aardbeienveldjes, opdat ik een handje voor haar pluk.
De meeste tijd brengen we door aan het rivierstrandje, iedereen kent elkaar, het is net een aflevering van Neighbours. Vera is niet bang voor het koude water, om beurten patrouilleren we, pas als ze aan haar middagdutje begint hebben we wat rust. 's Avonds maak ik lange wandelingen met Kolja en Vera, ondanks dat de witte nachten voorbij zijn, gaan ze nog steeds laat naar bed.