Om halfzeven word ik gewekt door het gepiep van mijn mobieltje. Een vertrouwd geluid in een vreemde omgeving. Ik bevind me in een koele, donkere slaapkamer, geen verstikkende hitte, verblindende zon of renovatie. Het is maandagochtend, ik ben gisterenavond niet naar de stad gereisd. Sinds een tijdje koop ik een weekendmaandkaart voor de trein en onlangs kwam ik erachter dat de kaart ook op maandagochtend geldig is. Dit scheelt me een hoop onnodige verplaatsingen en een nacht in het stoffige stadsappartement, het enige nadeel is dat ik een tas vuile was met me mee moet sjouwen naar kantoor.
De hittegolf, die gelijktijdig met de witte nachten valt, duurt nu al bijna drie weken. In de stad is het onmogelijk om voor drieën in slaap te vallen vanwege het felle noorderlicht. Met de nodige moeite sta ik op, ik voel het avondzwemmen en het potje badminton nog in mijn benen. Na een kopje thee en een boterham begeef ik me naar de douche, het water voelt minder koud aan dan in de stad. Met koud water en zonder zeep probeer ik me te scheren. Nadien vul ik de keukenemmers met putwater. Na een poosje komt een uitgehongerde Bosja aanzetten, zoals elke echte kater kat brengt hij de nachten buitenshuis door. Ik ga weer naar binnen, kleed me aan en schrik van de tijd, het is kwart voor acht, ik vraag me af wat ik al die tijd gedaan heb. Ik wek Kolja en geef hem de sleutel.
Na precies achttien minuten wandelen bereik ik station Viritsa, daar komt zojuist de verlate stoptrein van vier over acht aanzetten. Net als ik achterste wagon bereik sluiten de deuren. Terwijl de trein langzaam optrekt doet de conducteur de mijne nog even open, ik spring naar binnen. Het is onrussich rustig, ik heb zes zitplaatsen voor mezelf. Nog nahijgend pak ik 'The Moon and sixpence' en begin te lezen. Ter hoogte van Pavlosk word ik gewekt door een geweldige klap, mijn boek is gevallen. Beschaamd kijk ik om me heen en vraag me af of ik erg luid heb liggen snurken. Om halftien, ruim een kwartier later dan beloofd, kom ik op Vitepski station aan, nog vier haltes reizen met de metro en dan ben ik op kantoor.