Fietsknooppunt 11
Het nieuwe jaar is goed begonnen in Koudum. ’s Nachts knalde er een weinig vuurwerk en in de vroege middag
is het droog. Een welkome afwisseling, want de afgelopen vier dagen heeft het meesttijds geregend.
Nat, grijs, grauw en glad, of wel een doorsnee Hollandse winter. Ik voel me fit en uitgeslapen.
Een kater heb ik van het vorige jaar niet meegenomen. Het stemt me goed dat ik slechts twee glazen
roze champagne heb geconsumeerd, er zijn jaarwisselingen geweest waarbij mijn drankgebruik aanmerkelijk
hoger lag.
Alhoewel de lucht snel dicht trekt haal ik de fiets uit het hok en rij in een looppas tempo naar het
centrum van het dorp. De protestante kerk ligt er verlaten bij. In de sportspeciaalzaak in hoofdstraat
hangt een kobalt blauw ski jack, net zo eentje als ik vorig jaar heb aangeschaft. Ik vraag me af hoeveel
het sportjasje kost nu het voor de tweede keer in de uitverkoop is gedaan.
In een sukkeltempo vervolg ik mijn weg en weldra bereik ik de gemeentegrens. Ter hoogte van een viaduct
passeer ik enkele wandelaars. Hierna kom ik niemand meer tegen. Ik volg de weg tot aquaduct de Gamaladammen.
Een paar gepensioneerde Duitsers nemen op de parkeerplaats van het gelijknamige drie sterrenhotel afscheid
van elkaar. Tot volgend jaar hoor ik het heerschap dat achterblijft zeggen. Ik tuur een tijdje over het
nabijgelegen jachthaventje en maak me op voor de terugreis. De hemel zit potdicht, maar de plensbui
verschuilt zich vooralsnog. Bij de fietswijzers houd ik stil, rechtdoor naar Koudum is een kilometer,
de route van knoop 11 tot 12 bedraagt 4,4 kilometer. Terwijl ik nadenk word ik voorbij gesneld door een
kwieke dame. In de verte zie ik een wandelend echtpaar. Ik besluit de donkere wolken te trotseren en kies
het recreatiepad.
Na drie trappen besef ik dat ik de juiste keuze heb gemaakt. Het is geen betegeld of geasfalteerd pad,
maar het bestaat uit slecht op elkaar aansluitende betonnen platen. Tussen de naden groeit gras. Het heeft
veel weg van een Russisch voetpad. De route voert langs het water met de welluidende naam Morra en door
zeemeeuwen bevolkte groene weilanden. Na een tijdje dringt tot me door hoe stil het hier eigenlijk is,
meer dan het klotsen van het water tegen de kant, hoor ik niet. Geen voorbijsnellend verkeer en zelfs de
vogels zwijgen eendrachtig. Ongelooflijk dat er zo’n rustige plek zo dichtbij de bewoonde wereld bestaat.
Deze trip op zich maakt mijn bezoek aan Nederland de moeite waard. Ik groet een hondeneigenaar die me
kwaad aankijkt. Een opmerkelijke reactie, want op het Friese platteland groet je elkaar. In alle rust
rijd ik de rit uit en eindig tot mijn verbazing bij de routepaal 12 die zich slechts 50 meter van het
huis van mijn vader bevindt.