De schrijver was voor het eerst sinds veertien jaar weer eens in het dorp. Hij was bij de halte aan het begin van de Berkelseweg uit de bus gestapt. Door alle nieuwbouw waaide het er minder dan vroeger. De drie velden, de kleedkamers en de kantine van BVCB waren verdwenen. Waar de afkorting voor stond wist hij nog steeds niet, wel dat hij twee seizoenen in B2 had gevoetbald. Meer dan twintig doelpunten had hij gemaakt, stuk voor stuk kon hij ze zich nog herinneren.
In een minuut of tien was hij naar zijn geboortehuis aan de Lindelaan gewandeld. Op het eerste gezicht leek het wel of de tijd had stilgestaan, het was vanouds rustig op straat. Drie keer liep hij door het wijkje met leuke, goed bijgehouden, Eurowoningen. De huizen waren eind zestiger jaren gebouwd, waardoor de atmosfeer niet zo steriel was als in de Vinexwijken die hij onderweg in de bus had gezien. Het viel hem op hoe klein de tuintjes waren. Vroeger had hij in de achtertuin gevoetbald, nu scheen het hem dat er nauwelijks genoeg ruimte was voor een plastic parasoltafel en vier klapstoeltjes.
Hij kuierde door de Rodondenderonstraat, Forsytiastraat, Magnoliastraat en stak de weg over
bij de Prunesweg en liep langs de speeltuin naar de sporthal. Die had meer weg van een jaren
zeventig buurthuis. Toen hij voor de tweede keer een rondje maakte door het buurtje voelde hij
dat hij gadegeslagen werd. Hij keek omhoog en zag dat hij kritisch bekeken werd door de
bewoonster van Rodondendronstraat nummer 3.
'Ik heb hier vroeger gewoond mevrouw, om de hoek, Lindelaan 15.'
'O, nou ik woon hier al vijf jaar hoor en ik heb anders u nooit eerder gezien hoor.'
'Ik ben hier in geen vijftien jaar geweest, we waren de eerste bewoners in 1968.'
'Achtenzestig, staat dat spul hier alweer zolang dan?'
'Ja, hier omheen was allee maar weiland, alleen de speeltuin was er al.'
'Nou ja het is goed hoor, kijk maar eens lekker rond.'
Hij besloot even een kijkje te nemen op zijn lagere school. Hij liep het bruggetje over, waar vroeger de rode postbus van de PTT had gestaan. Even bleef hij staan en hief zijn hoofd over de reling, vanaf deze plaats had hij de eendjes met oud brood gevoerd. In de verte zag hij twee zwanen drijven, net witgelakte vikingschepen.
Een poosje later stond hij voor de deur van de Evert Kuilmaschool. In het rode bakstenen gebouw had hij vijf jaar doorgebracht. Toen hij op school zat kon de tijd hem niet snel genoeg gaan. In de derde klas was hij er stellig van overtuigd geraakt dat hij de rest van zijn leven op deze school door zou brengen, ook al ging hij elk jaar over naar de volgende klas. Je werd nou eenmaal als kind, volwassene of bejaarde geboren.
'Ben jij niet René uit de Forsytiastraat?'
Hij hoorde een vertrouwde stem achter zich. Hij draaide zich om en stond oog in oog met
meester Frederik. De hippie uit het Zuiden van het land, met het spijkerpakje, lang haar,
gouden Lennon montuurtje. Hij was natuurlijk stukken ouder geworden, een beetje grijs en
kalend, maar de lange bakkebaarden had hij nog steeds, in zijn nek bungelde een sliertig
grijswit staartje.
'Meester Frederik wat doet u hier?'
'Ik ben net als jij, een doelloze wandelaar hopend op een uitweg. Nee, dat is niet waar, ik woon hier, vijf jaar geleden ben ik teruggekeerd. Ik had moeilijkheden op school, je kent het wel onderwijsvernieuwingen, bezuinigingen, reorganisatie, doelmatige aanpak, kortom alles om er voor te zorgen dat de kinderen nog minder opsteken dan ze al deden. En al die vergaderingen, je had nauwelijks nog tijd om les te geven, laat staan een beetje na te babbelen. Kan je nagaan in de tijd dat ik jouw les gaf werd ik gezien als een nieuwlichter, een revolutionair, nu ben ik een ouwe lul die veranderingen in de weg staat. Maar goed, ik heb geluk gehad, ik kon er vervroegd uit en ben toen teruggekeerd naar de plek waar ik als onderwijzer ben begonnen. Ik heb zelfs een tweekamerwoning gevonden in de Sterrenwijk waar ik vroeger ook gewoond heb. Gelijk een misdadiger die terugkeert naar de plek waar hij zijn misdaad begaan heeft. Maar genoeg over mijzelf, vertel liever hoe het met jou gaat, waarom ben je zo somber?'.
'Ik weet het niet, toen ik jong was had ik allerlei dromen over een wereld vol wonderen en
goede mensen. Op de een of andere manier is het niet gegaan zoals ik verwacht had. Weet je, het
is ongrijpbaar wat er met me aan de hand is, je werkt hard en dan kan je als beloning een
hypotheek nemen en je huis mooi inrichten, je maakt promotie en dan rust je de keuken uit met
allerlei nieuwe apparatuur, koopt een computer, maakt een wereldreis door bij wijze van spreken
acht landen, maar als je thuiskomt heb je het gevoel dat je nog even leeg bent als voorheen en
dat je niets meegemaakt hebt. Het is of dat je een vaste koers vaart in een bepaalde richting
waarvan je nooit meer afwijkt. Eigenlijk weet ik niet eens goed wat er mis is, behalve dat ik
het niet gezellig meer vind, dat er aan de horizon geen regenboog van schitterende
verwachtingen meer gloort. Sorry, maar ik kan me gewoon niet beter uitdrukken.'
René hield op met praten en richtte zijn vertwijfelde blik op zijn slordig geknoopte
schoenveters.
Meester Frederik glimlachte.
'Denk je soms dat je de enige bent die zich zo voelt?'
Zonder een antwoord af te wachten praatte hij verder.
'Ik heb jaren geleden het gevoel gehad dat ik geld was dat te vaak uitgeven was, vaal geworden,
verkreukeld en met kleine scheurtjes. Net als geld devalueert als het te vaak in omloop wordt
gebracht. Tot ik op een goede dag inzag dat het onzin was om mijn gevoelens als maar te
fileren, ik heb eenvoudigweg de instrumenten niet om de vraag te beantwoorden waarom ik leef.
Ik ben niet verder gekomen dan de conclusie dat de wereld verandert maar ik zelf niet. Ken je
de anekdote van de gevierde muzikant?
Hij besluit zijn gitaar aan de wilgen te hangen en vertrekt naar Tibet om een goeroe te vinden.
Maandenlang reist hij door de Himalaya, hij klopt bij diverse kloosters aan, de ene keer is de
goeroe er niet, de andere keer heeft niemand tijd voor hem, kortom nooit wordt hij op een
normale wijze te woord gestaan. Uiteindelijk krijgt hij op voorspraak van iemand toch een keer
een meester te zien.'
'Wat komt u doen?', vraagt de goeroe.
'Ik ben bereid om afstand te doen van mijn aardse bezittingen, ik zoek een meester en kom hier
om te leren, antwoordt de muzikant hoopvol.
'Geen probleem', zegt de goeroe, 'natuurlijk kunt u mijn leerling worden'.
'Wat moet ik doen?', vraagt de musicus enthousiast.
'Vertelt u me eerst eens wat u vroeger deed?'
'Ik schreef liedjes, speelde gitaar, trad op enzo.'
'Okay, ga terug en zing uw liedjes.'
Meester Frederik pakte René's linkerarm vast en zei: 'kom, we gaan een kop koffie bij mij thuis drinken'.