De sprong

Pjotr hing vredig tussen de wolken, luchtige watten of kleurloze suikerspinnen. Met een schoolslag probeerde hij vrij zicht te krijgen. Voor het eerst sinds jaren een fantastische euforie, een bevrijding van alle stroopachtige routine die zijn ziel jarenlang geterroriseerd had. Zwevend als een buizerd keek hij naar beneden. Wat was het landschap toch geordend en rechthoekig, zelfs de slootjes stonden loodrecht op elkaar. Slechts de rode puntdaken zorgden voor enige afwisseling. Gelukzalig liet hij zich door de luchtstroom meevoeren.

Even, misschien tien seconden was zijn hoofd leeg geweest, waren er geen gedachten  opgeborreld. Maar na deze korte ervaring van het totale geluk waren ze weer teruggekeerd. Gedachten, vragen, meningen, het onkruid van ons intellect. Pjotr zag de talloze vredig grazende koeien op het groene tapijt. Nog even en hij zou in een voedzame maaltijd veranderen voor de pas uit de kinderboerderij ontsnapte hongerige konijnen. Hij keek de duivel aan, die totnogtoe zwijgend naast hem gehangen had.

'Eh, beste duivel, is het niet tijd geworden om de film van mijn leven te zien? Ik begin al een beetje te dalen, volgens mij duurt het niet zo heel lang meer'.
'Wees gerust Pjotr, we hebben de tijd, dat komt straks allemaal wel, eerst zal ik je iets veel leukers laten zien'.

In een oogwenk was Pjotr getuige van zijn eigen begrafenis. In de oude dorpskerk was het een drukte van jewelste. Vrienden waarmee hij jaren geleden gebroken had waren op komen dagen om hem de laatste eer te bewijzen. Zelfs Kees, zijn oude kameraad van de lagere school, die naar Canada geëmigreerd was, was overgekomen. Zijn gelaat had de ongezonde, onsmakelijke grijze tint van scharrelvlees gekregen. Achter in de zaal zag Pjotr veel collega's. Met de meesten had hij eigenlijk maar vrij oppervlakkig contact. Er heerste een zeer benauwende en bedrukte stemming in de tochtige katholieke kerk.

'Kijk ze spijt hebben', sliste de duivel, 'al die klootzakken die nooit naar je wilden luisterden. Zo dadelijk komen de toespraken, dat is het hoogtepunt. Pjotr was onmisbaar voor onze organisatie, heeft bergen werk verzet, daarnaast was hij immer recht door zee, had altijd een goed woord over voor zijn collega's, hij was tactvol en begripvol en combineerde dat met een ongekend gevoel voor humor. 'Slijmballen, leugenaars, ze hadden de pest aan je.'

Pjotr luisterde nog maar half, inmiddels was hij bij Martha, zijn weduwe aangeland.
'Ja, die trut, erg lief is ze nooit voor je geweest', giechelde de duivel.

Jaren geleden waren Pjotr en Martha van elkaar vervreemd. Zij vond zijn pogingen om carričre te maken in de ambtenarij maar ridicuul. Eigenlijk begreep Pjotr niet dat ze hem niet gewoon verlaten had. Nu hij haar zag lijden begreep hij alles. Tot zijn schrik voelde hij dat hij in een rap tempo daalde. Hij opende zijn ogen, maar zag nog steeds het ontroostbare, moegehuilde gelaat van zijn vrouw voor zich. Hij werd overmand door spijt, hoe had hij zo stom kunnen zijn?

'Nog even en dan is je wraak compleet', kirde de duivel met hoog overslaande stem.

'Martha!', brulde Pjotr. Hij sloot zijn ogen, beet zijn lippen stuk, wachtend op de alles overtreffende klap. In plaats daarvan werd hij alras twintig meter omhooggezogen. Pijnloos in het hiernamaals, dit kon eenvoudigweg niet waar zijn.

'Wat doe je nou, stomme wanker!', siste de duivel.

Uit de verte kwam Saint Louis, de aartsluie beschermengel van Pjotr kalmpjes aangefladderd. 'Pjotr, Pjotr', zei Loewie, terwijl slaperig zijn ogen uit wreef. 'Ik werd zojuist door je moeder gewekt tijdens mijn middagdutje. Ik heb je verzoek om je aankomsttijd te vervroegen even op ons telepathische net neergelegd. Geen denken aan was het antwoord, daarom ik heb maar even aan het koordje getrokken. Het is nog veel te vroeg, je hebt daar beneden nog heel wat recht te zetten'.

Daarna richtte hij het woord aan de duivel: 'je moet je schamen lummel. Je weet toch dat je dit soort zaken niet mag beďnvloeden, nou vooruit sodemieter op'.
Met een rood aangelopen hoofd vloog de duivel scheldend heen.

'Hele mooie muziek hier Pjotr, niet van die pestherrie die wij vroeger plachten te maken. Nou ja, ik vertel je daar wel een ander keertje over, als je het niet erg vindt ga ik nu weer verder tukken. Van die rotgeintjes moet je niet meer uithalen hoor. Doe de groeten aan Martha'.

Pjotr landde veilig in een ondiep slootje in het weiland. Behalve een natte onderbroek, volgelopen springgympies en wat onbeduidende schrammetjes, mankeerde hij niets. Zijn parachute was als een tafellaken over hem heen gevallen. Pjotr leunde in het duister met zijn rug tegen de kant, haalde eens diep adem en genoot van de rust.

Na enige tijd kwam de, naar luchthappende, mollige instructeur van de Hangende parapluie's aangerend.
'Waarom wachtte je in 's hemelsnaam zolang met je parachute, iedereen dacht dat je zomaar te pletter zou vallen, kan je wel tellen?

Pjotr glimlachte een beetje sukkelachtig.

'Het is altijd wat met die verrekte intellectuelen, niet normaal gewoon. Ze moeten jou in zo'n duf kantoor opsluiten, waar je een beetje met een computer kan pielen en stompzinnige nota's kan schrijven, waar de honden geen brood van lusten, zodat je geen kwaad kan berokkenen, van het echte leven snapt jouw soort toch niets', brieste de instructeur en liep kwaad weg.

Martha was wat in de keuken aan het rommelen toen Pjotr thuiskwam.
'Zo, is onze avonturier een heldendood in de eeuwige groene weilanden des Westlands bespaard gebleven?', zei ze op haar gebruikelijke ironische wijze zonder zich om te draaien.

'Martha ik hou van je, ik verlang naar je en ik wil je, nu meteen',  declameerde Pjotr zonder valse schaamte of verlegenheid.

Abrupt keerde Martha zich om en keek hem recht in de ogen: 'Pjotr eindelijk klink je weer zoals vroeger, waar ben je toch al die tijd geweest?'